DE RECHTLEGGER

Ze noemen hem ook wel de grote ordenaar, alsmede de systeemgeneraal, Wim Crouwel, de man die Nederland en het Nederlandse bedrijfsleven heeft vormgegeven de aflopen vijftig jaar. Postzegels, telefoonboeken, logo’s, briefpapierontwerpen, boeken en jaarverslagen, ze zijn dan wel niet door Crouwel als zodanig gesigneerd, maar ze zijn volkomen herkenbaar naar zijn hand gezet. Net als zijn werk voor het Van Abbemuseum en het Stedelijk Museum. ‘Mijn werk is niet onopgemerkt gebleven’, vindt hij dan ook.


Rechtleggen is voor hem een levenshouding en die kwam terug in zijn werk. Hij zegt dat het nog steeds in hem gloort, het rechtleggen. Het voelt als een friemel van binnen, die er niet is uit te branden. Als iets scheef ligt, moet het recht. Maar de striktheid die hij hanteert, die ziet hij niet meer. Dat komt in zijn optiek vooral door de elektronische media, waardoor er zo anders met vormgeving wordt omgegaan. ‘Er is niet een eenduidige focus, eenzelfde ideaal dat mensen bindt’, zegt hij.

Eigenlijk moet hij een verhaal eerst lezen, voordat hij het kan vormgeven. Want de inhoud bepaalt de vorm. Zo deed hij het vroeger ook: de voorfase van zijn werk was belangrijk. Goed lezen of zorgvuldig beluisteren wat iedereen te zeggen had, dan liep hij er een tijd mee rond om er rustig over na te denken. Na het ordenen van zijn gedachten was hij zo klaar met de vormgeving.



Sinds twee jaar is hij gestopt als grafisch vormgever, hij is nu 87. Wat hij nog maakte, was liefdewerk oud papier voor vrienden en kennissen, visitekaartjes en zo. Maar de ziekte van Parkinson hindert hem, zegt hij. Hij is niet meer in staat te visualiseren wat hij in zijn kop heeft. Daarbij ontbreekt hem de lust en beseft hij tot zijn grote ergernis dat het niet meer gaat zoals het ging.



Wat Wim Crouwel zeker niet gaat doen, is zijn eigen overlijdensbericht vormgeven, in zijn zelfgekozen letters. ‘Daar begin ik niet aan’, zegt hij. Hij heeft dat één keer gedaan voor een goeie ouwe vriend, een architect. Die had zich voorgenomen er een einde aan te maken en voerde het ook uit, twee dagen nadat het overlijdensbericht klaar was. Dat doet hij dus nooit meer, dat ging ‘m niet in zijn koude kleren zitten. De dood vormgeven, laat hij graag aan een ander over.